De jachtwet

(bepalingenvan de jachtwet van 28 februari 1882, zoals de wet later werd gewijzigd, die worden behouden door het jachtdecreet.)
a) Ongewijzigd behouden artikelen:
b) Artikelen behouden met een wijziging:

Behouden gebleven bepalingen van de jachtwet van 28 februari 1882

[Art. 7bis. [...] (Jachtdecreet, art. 41.1)
Hij die beweert schade te hebben geleden, richt tot de vrederechter een mondeling of schriftelijk verzoek, waarin hij zijn naam, beroep en woonplaats en die van de verantwoordelijke persoon vermeldt, alsmede het voorwerp en de oorzaak van de eis.
Geschiedt het verzoek mondeling, dan maakt de rechter daarvan proces-verbaal op. Binnen de acht dagen benoemt hij een deskundige en, na te bekwamer tijd bij aangetekende brief en zo nodig bij geregistreerd telegram aan partijen kennis te hebben gegeven van de inhoud van het verzoek, alsmede van de dag en het uur van de plaatsopneming en van het deskundig onderzoek, begeeft hij zich, vergezeld van de deskundige, ter plaatse. Is de eis vatbaar voor hoger beroep, dan maakt hij van de verklaringen van de deskundige proces-verbeel op en, indien daartoe reden is, ook van zijn eigen bevindingen. De partijen worden verzocht al hun middelen uiterlijk tijdens deze plaatsopneming te doen kennen.
Tenzij de verweerder verkiest het bedrag door de deskundige als [dubbele] vergoeding bepaald, en de kosten dadelijk te bepalen, verwijst de rechter de zaak naar een terechtzitting te houden binnnen de eerstvolgende acht dagen. Is bij deze verwijzing een van de partijen niet aanwezig, dan wordt haar daarvan aanstonds kennis gegeven bij aangetekende brief. Op de terechtzitting waarnaar de zaak is verwezen, worden partijen zonder enige andere procesvorm gehoord en doet de rechter uitspraak.
Indien de rechter een getuigenverhoor of een nieuw deskundig onderzoek beveelt, geschieden deze binnen acht dagen en partijen pleiten in voorkomend geval zonder verwijl. Het vonnis wordt terstond of uiterlijk binnen acht dagen uitgesproken.
Worden de hierboven gestelde termijnen verlengd om uitzonderlijke redenen dan worden deze in het vonnis vermeld.
[...] (Wetboek der registratierechten art. 290; Wetboek der zegelrechten, art. 81).
Hij die beweert schade te hebben geleden, kan de zaak ook bij gewone dagvaarding aanhangig maken. In dat geval kan hij dagvaarden, hetzij tot behandeling van de zaak in haar geheel, hetzij alleen tot instelling van een deskundig onderzoek en dan zijn de leden 2 tot 6 niet van toepassing [...] (W. 30 juni 1967, art. 1).
Aan partijen wordt, binnen drie dagen na de uitspraak, bij ter post aangetekende brief kennis gegeven van het beschikkende gedeelte van elk vonnis dat niet in hun tegenwoordigheid is gewezen.
Hoger beroep is niet meer ontvankelijk na veertien dagen te rekenen van de uitspraak. Eisen van 24,79 euro en minder, berekend op de grondslag van het enkele schadebedrag, worden uitgewezen bij een vonnis dat niet vatbaar is voor hoger beroep, maar alleen voor verzet. (W. 20 maart 1948, art. 2) (W. 4 april 1900, art. 2).
Art. 8 [...] (jachtdecreet, art. 41.1)
[...] (Jachtdecreet, art. 41.1)
[...] (Jachtdecreet, art. 41.1)
In alle gevallen worden de voormelde tuigen in beslag genomen en verbeurd verklaard; de rechter beveelt de vernietiging ervan.
Art. 18. Elk van de verschillende straffen wordt verdubbeld in geval van herhaling. Zij worden verdrievoudigd in geval van een derde veroordeling en nemen in dezelfde verhouding toe bij latere veroordelingen.
Die straffen mogen evenwel duizend euro geldboete en acht maanden gevangenisstraf niet te boven gaan.
Herhaling bestaat wanneer de schuldige in de loop van de twee voorgaande jaren veroordeeld is wegens een van de misdrijven bij deze wet omschreven.
Art. 20. Behalve in het geval van [artikel 7, eerste lid van het Jachtdecreet van 24 juli 1991] (Jachtdecreet, art. 41.2), wordt het wapen waarvan de schuldige zich heeft bediend, verbeurd verklaard; hij is gehouden het wapen onmiddellijk af te geven aan de agent die proces-verbaal opmaakt.
Indien hij het niet afgeeft, wordt hij gestraft met een bijzondere geldboete van honderd euro.
Art. 22. [...] (Jachtdecreet, art. 41.1)
In de gevallen van 1. [ zoals vermeld in artikel 32 van het jachtdecreet van 24 juli 1991] (Jachtdecreet, art. 41.3) kan de schuldige worden aangehouden en geleid voor de burgemeester of de [rechter in de politierechtbank] die zich van zijn identiteit vergewist en hem, indien daartoe grond bestaat, ter beschikking stelt van de procureur des Konings. (Ger. wetboek, art. 3, II, VI, art. 91, § 21).
Art. 24. De processen-verbaal, opgemaakt door [politieambtenaren bekleed met de hoedanigheid van officier van de gerechtelijke politie] (W. 19 april 1999, art. 29), [ambtenaren en boswachters van het Bosbeheer, ambtenaren van de diensten van de Vlaamse Regering bevoegd voor eht natuurbehoud] (Jachtdecreet, art. 41.4), [...] (W. 11 februari 1986, art. 6) of [bijzondere veldwachters] (W. 19 april 1999, art. 28) levereren bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is.
De processen-verbaal van douanebeambten leveren eveneens bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is, wanneer die agenten in de plaatsen waar zij gemachtigd zijn hun bediening uit te oefenen, de misdrijven omschreven in [artikel 19, eerste en derde lid en in artikel 26, eerste lid van het Jachtdecreet van 24 juli 1991] (Jachtdecreet, art. 41.5), opsporen en vaststellen.
Art. 26. De vervolging geschiedt ambtshalve, maar indien het enkel een overtreding van de [artikelen 7 en 20 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991] (Jachtdecreet, art. 41.6) betreft, geschiedt de vervolging niet dan op klacht van de hoder van het jachtrecht of van zijn rechthebbende. De klager is allen dan gehouden zich burgerlijke partij te stellen, indien hij schadevergoeding wil vorderen.
Wanneer de overtreden van [artikel 7 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991] (Jachtdecreet art. 41.6) evenwel begaan wordt op een eigendom dat deel uitmaakt van het openbaar domein of van het privaat domein van de Staat, van de provincie, van de gemeente of van openbare instellingen, en waarvan de jacht niet verhuurd is, geschiedt de vervolging ambtshalve.
Art. 27. In alle gevallen bepaald bij deze wet, spreekte de rechter, voor het geval dat de geldboete niet betaald wordt, een gevangenisstraf uit, waarvan de uitvoering en de duur overeenkomstig de artikelen 40 en 41 vna het Strafwetboek worden geregeld.
Art. 29. De rechtbank waarbij een van de bij deze wet omschreven misdrijven aanhangig is, kan de schadevergoeding toekennen op klacht van de eigenaar der vruchten, voor gezien getekend door de burgemeester en vergezeld van een door deze ambtenaar kosteloos opgemaakt proces-verbaal van schatting van de schade.
De voorgaande bepaling is toepasselijk in de gevallen van artikel 552,6° [...]n van artikel 556,6° en 7° van het Strafwetboek. (W. 30 juni 1967, art. 1).
Art. 30. [De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de misdrijven bij deze wet omschreven. Wanneer echter verzachtende omstandigheden in aanmerking worden genomen, wordt de bij artikel 20, tweede lid, bepaalde bijzondere geldboete niet verminderd en is de politierechtbank bevoegd om die uit te spreken]. (W. 15 juni 1899, art. 23 en W. 30 december 1936, enig art.)
Art. 31. [...] (Jachtdecreet, art. 41.1)
De feiten verboden door de maatregelen getroffen op grond van [artikel 34 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991] worden gestraft met geldboete van [vijftig euro tot honderd euro] (Jachtdecreet, art. 41.7) benevens verbeurdverklaring van de in beslag genomen vogels en van de netten, de strikken, het lokaas en de andere tuigen.
In geval van herhaling wordt het maximum van de geldboete opgelegd en de rechtbank kan, behalve geldboete, ook gevangenisstraf [van acht dagen tot een maand] (Jachtdecreet, art. 41.7) uitspreken.] (K.B. 10 juli 1972, artikel 9).
[Art. 31ter. Indien de niet-naleving van de bepalingen genomen tot uitvoering van de in [artikel 36 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991] (Jachtdecreet art. 41.8) bedoelde verdragen of akten, alsmede van de vorderingen van de Europese Economische Gemeenschap die van toepassing izjn op de jacht en de vogelbescherming in het Vlaamse Gewest, geen misdrijf vormt volgens andere wetten of decreten, wordt de niet-naleving opgespoord, vastgesteld, vervolgd [...] (Jachtdecreet art. 41.8) overeenkomstig artikelen 8, eerste lid, 11, 16, 18, 20 tot 24 en 26 tot 30 van deze wet wanneer het jachtfeiten betreft en overeenkomstig artikel 31 van deze wet wat de bescherming van vogels betreft.] (D. 27 juni 1985, art. 2.6)
Art. 32. Opgeheven worden [ het decreet van 28-30 april 1790] het decereet van 11 juli 1810, het decreet van 4 mei 1812, voor zover het d ejachtverloven betreft, de wetten van 26 februari 1846 en van 29 maart 1873 alsmede alle andere bepalingen die strijdig zijn met deze wet. (Wet 30 juni 1967, art. 1)

Adviesorganen inzake ajcht en vogelbescherming

Vlaamse Hoge Jachtraad

Deze raad werd ingesteld bij koninklijk besluit van 23 april 1980 en telt 25 leden. Deze vertegenwoordigen in de mate van het mogelijk de verschillende streken van het Vlaamse Gewest, de verschillende jachtwijzingen en de voornaamste belangengroepen betrokken bij de jacht. De raad adviseert de minister over alle vraagstukken inzake jacht en wild.

Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud

Ingesteld bij besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 1985 in uitvoering van artikel 32 vna de wet van 12 juli 1873 op het natuurbehoud.
Hij telt 26 leden en heeft als opdracht adviezen en beleidsvoorstellen te formuleren vanuit het standpunt van natuurbehoud.

Agentschap voor Natuur en Bos

Het Agentschap voor Natuur en Bos staat in voor het uitvoeren en het ondersteunen van het beleid, het duurzaam beheren en het versterken van natuur, bos, parken en openbaar groen in Vlaanderen en dit van in de stadskern tot in het buitengebied.

Gewestelijke Sectie van de Nationale Landbouwraad

Deze raad werd ingesteld bij koninklijk besluit van 15 september 1924 tot inrichting van de officiële vertegenwoordigers van de landbouw. Bij koninklijk besluit van 12 april 1977 werd het koninklijk besluit van 15 september 1924 grondig gewijzigd. Dit laatste koninklijk besluit voorziet in gewestelijke secties voor de geregionaliseerde materies.
© WBE Drie Koningen / Webmaster Olivier Martens