Het haas

Haarkleed

Bovenaan is de staat zwart!

Ruiperiode: oktober en april.

Haas en konijn zijn zo uniek omdat ze geen zoolkussens hebben.

Gewicht (in Vlaanderen)

Een volwassen jonge haas: 2,5 tot 3,5 kg.

Gedrag

  • selectieve planteneter die eet tussen zonsondergang en zonsopgang (nachtdier)
  • leeft bovengronds en solitair
  • rammelaar is polygaam
  • rust in pot of leger met de kop tegen de wind
  • meerdere legers worden in zijn leefgebied aangelegd.
  • neemt soms een stofbad
  • niet bang van een korte zwembeurt (bij verjaging en vlucht)
  • bij gevaar drukt hij zich in zijn pot of (en) vlucht
  • Caecofagie: eet zachte faeces (uitwerpselen) uit de anale opening. Recuperatie van vitaminen
  • dubbele spijsvertering

Rammeltijd

Gedicteerd door lichtsterkte van half december tot augustus met pieken in maart. Rammelende hazen vechten (rammelwol op het veld). Het is de moer die met de rammelaar vecht.De rammelaar markeert de moer met zijn geurklieren. (urine)Rammelen: de rammelaar roffelt met de voorlopers op de grond.Feromonen van loopse moer lokken rammelaars.Eind augustus verdwijnen de teelballen in de onderbuik.

Geslachtsverschillen

  • rammelaar is polygaam, legt lepels gestrekt in nek.
  • moer laat lepels afhangen

Oud of jong

  • Jonge haas tot 8 à 10 maanden te herkennen aan de “verdikking van Stroh”, dit is een uitstulping boven de handwortel aan de buitenkant van een voorloper.
  • Jonge hazen: 3 kg: volwassen hazen 2,5 kg tot 3,5 kg maximum
  • gewicht ooglens geeft exacte ouderdom aan

Dracht

Duurt ongeveer 43 dagen.

Nest en werpen

± 4 à 5 worpen per jaar met normaal 2 tot 4 jongen.
  • jongen worden op de grond geboren
  • bij gevaar geven ze geen geur af (de porieën worden gesloten)
  • zoogperiode = 30 dagen

Voedsel

Eten selectief, zoeken medicinale planten als bescherming tegen ziektes. Bij gebrek aan water lest hij de dorst door sappige kruiden/waterrijke planten te eten.

Schade

Afhankelijk van de standdichtheid, het voedselaanbod, het seizoen, de weersomstandigheden en de duur van die perioden.Schade aan fruitteelt, siergewassen en groenteteelt, soms suikerbiet.

Ziekten

Maagdarmparasieten, coccidiose, pasteurellose, rodentiose, Europese Bruine hazenziekte (EBHD): wit van de ogen is geel.

Vijanden

  • natuurlijke als vos, kraaiachtigen,, marterachtigen, havik, verwilderde kat, loslopende honden, stropers
  • andere: gemechaniseerde landbouw, verkeer, recreatiedruk

 

De fazant

Bouw

Hoenderachtigen
  • sterke en stevige lopers (poten) met sporen
  • seksueel dimorphisme: verschil tussen mannelijke en vrouwelijke vogel
  • korte afgeronde vleugels

Pluimenkleed

Hanen
  • Oorpluimen
Hen
  • bodembroedster (schutkleur)
  • geel oranje irisveld
  • Kuikens: ruien na 6-7 weken, geen sporen

Gewicht

Haan :           1,750 kgHen  :           1,250 kg

Gedrag

  • standvogels: blijft waar hij uitgebroed is
  • behoefte aan dierlijk eiwit (kuikens)
  • haan is polygaam
  • hen broedt alleen
  • slapen op de grond of in bomen
  • elke dominante haan heeft in het voorjaar een eigen territorium

Oud of jong

  • jonge hanen hebben geen oorpluimpjes en een stomp en kort spoor
  • jonge hanen en hennen bezitten een “beurs van Fabricius”, boven in de cloaca (aarsuitgang) ligt een holte

Balstijd

Rond maart – aprilHoofdpaartijd: april mei

Leg, nest

10 à 15 bruine eieren, eileg begint rond 15 april.

Broed

  • broedduur: 24 dagen
  • nestvlieders: kuikens verlaten nest zeer snel, zoeken dierlijk eiwit (insecten)
  • de hen blijft bij de kuikens tot ze de leeftijd van tenminste 10 weken bereiken
  • 2 à 5 kuikens per hen worden volwassen

Voedsel

  • plantaardig en dierlijk voedsel, vn. wormen en insecten
  • voedsel voor kuikens: dierlijk

Vijanden

  • predators
  • gemechaniseerde landbouw
  • verkeer
  • recreatiedruk
  • stropers

Ziekten

Coccidiose, snot, rodentiose, paratyphus, syngamose, darmwormen

 

De (grijze) patrijs

Bouw

Een dikke en gedrongen hoenderachtige vogel met:
  • korte afgeronde vleugels, een korte rossige staart en een kleine licht gebogen snavel
  • stevige korte poot en klauw ( ze kunnen snel lopen)
  • haan iets lichter in gewicht dan de hen

Pluimenkleed

Haan

Kop: roestbruin, naakte roze huid in de ooghoeken

Op onderste deel van de borst een rost hoefijzervormig schild (kan bij hen ook voorkomen soms).Schouderdekveren hebben vlakke bruinrode tint met witte schacht. 

Hen

  • lichtere kleur
  • onvolledig of niet aanwezig borstschild
  • schouderdekveren dwarsgestreept (Lorraine kruis)

Gedrag

  • standvogel
  • leven in groeps- of familieverband (kluchten)
  • haan is monogaam
  • koppelvorming gebeurt voor het leven
  • bij een opspringende klucht springt meestal de leidhaan eerst, nooit de eerste en laatste vogel schieten
  • rullen: stofbad nemen

Oud of jong

Jong: buitenste handpennen scherp gepunt, poten geel getint, bek: blauwgrijs (nog niet verkalkt), ontbreken van dominante contrasten, zwakke dwarstekeningen

Oud: buitenste handpennen afgerond µ

Vanaf 15 oktober af is het verschil: oud – jong, alleen aan de twee buitenste handpennen te zien. ( oude patrijzen ruien vroeger).

Balstijd

Paarvorming: februari – maart

Nest, leg en broed

Hen is bodembroedster.Eerste eileg: ten vroegste eind april, meestal mei. Maximum 20 eieren. Bij verstoring wordt het nest verlaten en begint de hen aan een nieuw leg. De hen broedt ± 24 dagen. Na 13 à 14 dagen kunnen de kuikens vliegen. Maand juni is de belangrijkste maand. Gunstige weersomstandigheden beïnvloeden sterk de broed en het opkweken van de kuikens (vinden van voldoende dierlijke eiwitten rondom het nest gedurende de uitlooptijd, vochtig weer is zeer slecht)

Kweek en groei

Dierlijke eiwitten

Areaal en biotoop

Voorkeur open ruimten (akkerland, weiland, klein groengewas en klein verwilderde opslag).Opscheut van allerlei grassen en laag groeiende struiken bieden een geliefkoosde dekking. Zandwegen geven rulkansen.Guste patrijs = haan zonder hen, patrijzen zonder jongen.

Voedsel

  • Zadeneter en insecten.
  • Maagsteentjes zijn noodzakelijk.
  • Patrijskuiken: 85 % dierlijk eiwit
  • Volwassen patrijzen: 30 % groene plantdelen

Vijanden

  • landbouw
  • recreatie
  • urbanisatie
  • kraaien
  • verwilderde katten
  • ratten
  • loslopende honden

Ziekten en schade

Gezond patrzijzenmilieu: zelden zieke vogels. 10 broedparen over 100 ha bewaren.

 

De houtduif

Bouw

Groter dan huisduif.

Pluimenkleed

Papaverblauwe kleur op kop en hals. Een witte vlek in de nek die nooit één gesloten ronde ring vormt. Krop wijnrood dat langzaam verschuift naar vuil witgrijs (buik).Op de vleugelslag licht- tot middelgrijs gescheiden door een witte dwarsstreep. Staart donkergrijs met zeer donker eindvlak. Witte halsvlek bij volwassen duiven.Oog: oranjegeel iris.

Gedrag

Standvogel. In de winter komen houtduiven uit het noorden bij ons. De doffer is monogaam. Nestzitter. Gaat klapwiekend op.

Geslachtsverschillen

Geen merkbaar verschil.

Oud of jong

Jonge houtduiven verschillen van volwassen houtduiven in:
  1. geen metaalgroene glans in de nek
  2. witte halsvlekken ontbreken (zijn er pas na het ruien)
  3. bek is zwart tot bruin (later geel met rozerode basis
  4. poten en klauw zijn grijs (later blauwrood)
  5. de eerste handpennen zijn bruinzwart op de rand en de schouderdekveertjes hebben een lichtrossige getinte ronding.

Baltstijd

Februari tot begin september

Nest, leg en broed

  1. 2 witte eieren
  2. broed duurt 17 dagen
  3. gemiddeld 4 legsels per jaar

Kweek en groei

Jongen worden gevoed met kropmelk. Rond de derde week nemen de jongen tot 80 % van hun normale voeding (steeds uit de krop).
  1. na ongeveer 14 dagen kruipen de jongen (nestzitters) in het nest rond
  2. de jongen zijn vliegvlug na 29 à 35 dagen

Voedsel

Zeer opportunistisch voedselgedrag volgens de omstandigheden en het seizoen. Planteneter.

Schade

Schade aan zaailand, cultuurgewassen. Schade voornamelijk in de maanden april – mei.

Vijanden

Kraaien, gaaien, marterachtigen en ook eekhoorn: 30 tot 60% van de jongen als gevolg van nestroof of jongenroof na nestuitval bij rukwind. Jongensterfte als gevolg van niet weidelijke bejaging van de ouderparen tot 70 %.

 

Konijn

Bouw

Kleiner en meer gedrongen dan de haas.Oren: zonder zwarte brandrand Ogen:  donkerbruin irisveld

Haarkleed

Eentonig bruingrijs, grijswitte onderwol, roestbruin in de nek, grijswitte buik en onderstaart.Bovenstaart zwart en witte oogomlijning.

Gedrag

Bij toenemende populatiedichtheid neemt de agressie sterk toe en neemt de vruchtbaarheid af. Caecophagie overdag: eet zachte faeces met veel vitaminen uit de anale opening.

Rammeltijd

Van februari tot augustus met een piek in juli.

Dracht, nest en werpen

  1. moeren werpen van februari tot eind september telkens ± 5 jongen.
  2. Drachtduur ± 30 dagen
  3. aantal worpen: 3 à 5 afhankelijk van omstandigheden
  4. dominante moer werpt jongen in burcht, andere moeten zelf werpgrentel graven.

Voedsel

Tarwe, koren en maïs, jonge boomstammen. Het lichaamsvocht wordt door waterrijk voedsel op peil gehouden.

Vijanden

Vos, marterachtigen, verwilderde katten, loslopende honden, kraaien, eksters, gaaien, roofvogels. Maaiverliezen, sproeibeurten met pesticiden. Verkeer en recreatiedruk. Stropers en natte seizoenen.

Ziekten

  1. MYXOMATOSE: virusziekte alleen bij konijnen
  2. RVHD Rabbit Viral Hemoragic Disease

Schade

VRAATSCHADE vooral langs de dekking
© WBE Drie Koningen / Webmaster Olivier Martens